NL Dutch verbs
-
A
- e.g.:
- afbijten
- afbetalen
- aflossen
- aanzuiveren
Total words: 69.606 -
B
- e.g.:
- binden
- beknellen
- blancheren
- blootleggen
Total words: 52.622 -
C
- e.g.:
- contrasteren
- cancellen
- couperen
- cederen
Total words: 12.124 -
E
Total words: 7.976 -
F
- e.g.:
- fabriceren
- fronsen
- fiksen
- fusioneren
Total words: 10.480 -
G
- e.g.:
- glooien
- gladschuren
- grazen
- gijzelen
Total words: 13.768 -
L
- e.g.:
- losraken
- losmaken
- loskoppelen
- lossen
Total words: 14.574 -
M
- e.g.:
- markeren
- meenemen
- meebrengen
- meedrijven
Total words: 21.540 -
N
Total words: 13.590 -
O
Total words: 62.990 -
P
Total words: 24.274 -
Q
Total words: 572 -
R
- e.g.:
- redigeren
- ricocheren
- ramen
- respecteren
Total words: 25.540 -
S
- e.g.:
- sloven
- schilferen
- stoppen
- snoeien
Total words: 42.948 -
T
Total words: 31.680 -
U
- e.g.:
- uitbranden
- uitladen
- uitdoen
- uittrekken
Total words: 24.498 -
V
- e.g.:
- vereffenen
- voldoen
- verbreken
- verdampen
Total words: 67.240 -
W
- e.g.:
- wegbranden
- weggaan
- weghouden
- wegdragen
Total words: 17.824